top of page

Simone Weil (1943) Verworteling

  • 1 dag geleden
  • 14 minuten om te lezen


Verworteling, geschreven in 1943, geldt als het hoofdwerk van de Franse filosofe Simone Weil (1909–1943). Tijdens de Tweede Wereldoorlog verbleef zij in Londen, waar zij in opdracht van de Franse regering in ballingschap nadacht over de morele, sociale en politieke grondslagen voor de heropbouw van Frankrijk na de bevrijding.


Over Simone Weil

Simone Weil kan je moeilijk in één categorie plaatsen, laat staan in één ideologie of politieke gezindheid. Weil was van afkomst een agnostisch opgevoede Joodse die in het katholicisme de ware kerk vond, maar zich niet wilde laten dopen. Een pacifiste die actief deelnam aan de Spaanse burgeroorlog. Een individualiste die opkwam voor het collectief. Een kind van de bourgeoisie die in de fabriek ging werken en zich tijdens de Tweede Wereldoorlog uithongerde, uit solidariteit met de onderdrukten. Politieke actie om de wereld te verbeteren: dat vond Weil wel belangrijk. Alleen verzette ze zich tegen elke partijvorming. Ze was een extreme individualiste, wat bij haar contradictorisch genoeg niet leidde tot neoliberaal egoïsme maar wel tot engagement. Zelf leerde ik haar kennen via het boek van Wolfram Eilenberger “Het vuur van de vrijheid" waarin naast Weil ook Hannah Arendt, Simone de Beauvoir, Ayn Rand aan bod komen. Een uitgebreid verslag kan je lezen via volgende link: Wolfram Eilenberger “Het vuur van de vrijheid".


Verworteling - Wat we de mens verplicht zijn

Verworteling is voor Weil de oplossing voor de ziekte veroorzaakt door de moderniteit, namelijk een diepe vorm van ontworteling. Die ontworteling is voor haar de dodelijkste sociale ziekte van een moderne wereld. De sterke industrialisering, de bureaucratisering, de toenemende urbanisatie die vanaf eind 19e eeuw in een stroomversnelling kwam, hebben samen geleid tot een maatschappij waarin tradities en rituelen onder vuur komen te liggen en mensen geen innerlijke ankers meer hebben. Mensen raken onthecht van de plaats waar ze wonen, van het werk dat ze uitvoeren. Prachtig geïllustreerd in Modern Times van Charlie Chaplin.



Een maatschappij, een individu kan niet overleven zonder een stevige worteling. Een mens heeft de behoefte om deel uit te maken van gemeenschappen die verleden en toekomst dragen. Tradities bijvoorbeeld vormen een voedingsbodem om samen te komen, stil te staan bij normen en waarden en hebben ook vaak een spirituele dimensie. Dit laatste was voor de gelovige Weil ook een zeer belangrijk aspect.


Weil ziet een samenleving die nood heeft aan een andere organisatie. Dit boek wordt daarom ook omschreven als een morele blauwdruk voor een toekomstige maatschappij. Het hervormen van een maatschappij klinkt natuurlijk radicaal en is in de praktijk quasi onhaalbaar. De maakbaarheid van een samenleving, van een mens laat zich niet zo eenvoudig leiden. Je stuit telkens op tegengestelde verlangens ontstaan vanuit individuele behoeften. Ideologieën die de ambitie hebben/hadden om naar een ideale samenleving toe te werken en dit in de praktijk hebben trachten te brengen zijn steevast geëindigd in dictaturen. Toch is de analyse van Weil van wat er misloopt in de moderne maatschappij en hoe dit aan te pakken zeer interessant om te lezen. Zowel de sociale kritiek als spirituele reflectie is zeer inspirerend en zeer actueel. De mens nu bijna 100 jaar later worstelt nog steeds met dezelfde zaken als de mens die Weil voor ogen had.


Weil stelt zich de vraag hoe ontworteling ontstaat én hoe we ervoor zorgen dat wij mensen geworteld blijven? Hoe gaan we om met de spanning tussen vrijheid en verbondenheid, tussen economische krachten en menselijke waardigheid, tussen traditie en vernieuwing? Aan de hand van Weils boek, tracht ik in deze samenvatting/reflectie hierop antwoorden te zoeken. Om het overzicht te behouden wordt de structuur van het boek Verworteling -

Wat we de mens verplicht zijn uitgegeven door uitgeverij Ijzer gevolgd:

  • Eerste deel: Wat de ziel nodig heeft

  • Tweede deel: Ontworteling van de arbeiders

  • Derde deel: Ontworteling en natie

  • Vierde deel: Worteling

Eerste deel: Wat de ziel nodig heeft


Verplichting boven rechten


Simone Weil vertrekt niet van rechten, maar van verplichtingen en doet ons nadenken over volgend gedachte-experiment:


“Een mens die alleen in het universum zou zijn, zou geen enkel recht hebben, maar hij zou wel verplichtingen hebben.”


Die verplichtingen komen dus niet voort uit afspraken of wetten, maar uit het simpele feit dat wij mensen zijn. De mens streeft ernaar om respect te hebben voor de eigen waardigheid, om geen kwaad te willen, om eerlijk te denken, om zorg te dragen voor het goede en zich te verzetten tegen het kwade. Een mens heeft dus verplichtingen tegenover zichzelf. Die verplichtingen komen voort vanuit duidelijke noden waar elk individu behoefte aan heeft. Vanuit dit uitgangspunt ontwikkelt zij een lijst van noden of vitale behoeften van de ziel. Dit zijn morele en geestelijke voorwaarden die even noodzakelijk zijn voor het innerlijke leven als voedsel voor het lichaam. Hieronder worden de verschillende behoeften besproken. Op het eerste zicht tegengestelde behoeften die op een balans worden geplaatst om zo tot een evenwicht te komen.


Eerste balans tussen orde en vrijheid


De ziel verlangt allereerst orde. Een mens heeft nood aan een levensstructuur waarin plichten elkaar niet tegenspreken. Voor Weil kunnen plichten enkel ontstaan en blijven bestaan als ze samen een begrijpelijke, harmonieuze orde vormen.

Daarnaast heeft de mens vrijheid nodig, niet als afwezigheid van regels maar als de vrijheid om keuzes te maken binnen redelijke en begrijpelijke grenzen. Vrijheid ontstaat wanneer mensen regels als zinvol erkennen en niet als vijandige dwang. Ik verwijs hier ook naar een van mijn favoriete gedichten van Gerrit Komrij.


Er is geen vrijheid in de zandwoestijn

Er is geen vrijheid in de zandwoestijn,

Al staan er nergens hekken, nergens palen.

Het is maar beter - als je vrij wilt zijn -

Om sierlijk door een labyrint te dwalen.


Je stoot dan op veel dwang, in gang na gang,

Maar loopt de kans ook niet ten prooi te vallen

Aan plompe hekkenslopers, met hun drang

Naar één cachot, één helse cel voor allen.


Ze zien je niet. Je zit heel fraai gevangen.

Laat anderen gerust door ruimten razen,

Woestijnen scheppen, in hun fél verlangen

Naar vrijheid, laat ze volkeren verbazen


Met internationale strijdgezangen.

Er is, dacht ik, geen hoop voor zulke dwazen.


Tweede balans tussen gehoorzaamheid en verantwoordelijkheid


Naast orde en vrijheid is Gehoorzaamheid als een vitale behoefte van de ziel. Echte gehoorzaamheid ontstaat wanneer autoriteit zelf onderworpen blijft aan rechtvaardigheid en waarheid. Autoriteit die niet afgedwongen wordt. Het is die autoriteit die ook een belangrijk onderwerp vormt in het denken van Hannah Arendt (wil je hier meer over weten, beluister dan het essay autoriteit van Tinneke Beeckman: Podcast kerstessay Tinneke Beeckman | Deel 2. Autoriteit). Wanneer als gevolg van die positieve autoriteit gehoorzaamheid ontstaat, dan voedt dit de ziel omdat zij een uitdrukking is van vertrouwen en orde.

Daarnaast is er de behoefte aan verantwoordelijkheid. De mens moet de ruimte krijgen en het gevoel hebben initiatief te mogen nemen, beslissingen te kunnen maken en werkelijk bij te dragen. Vanuit verantwoordelijk ontstaat innerlijke waardigheid. Die innerlijke waardigheid komt onder druk wanneer mensen puur mechanisch, anoniem werk uitvoeren, zoals Chaplin in Modern Times. Ook bij werkloosheid is dat het geval.


Derde balans tussen gelijkheid en hiërarchie


Gelijkheid betekent voor Weil niet dat iedereen hetzelfde is. Ieder mens, ongeacht hun maatschappelijke positie, heeft aanspraak op dezelfde mate van respect. Gelijkheid in die zin sluit verschillen niet uit. Het gaat dus niet over het streven om elk mens gelijk te maken, maar wel over het streven naar een gelijkwaardige behandeling.

Tegelijk heeft de ziel behoefte aan hiërarchie. Hier wordt niet een afgedwongen machtshiërarchie bedoeld, maar eerder aan een ordening waarin hogere posities het goede vertegenwoordigen, positieve autoriteit die vertrouwen inboezemt. Zo’n hiërarchie creëert eerbied door waardigheid, niet door dwang. Een leerkracht voor de klas dwingt respect af door de eigen attitude en expertise. Vanuit die positie kan er gewaakt worden over een gelijkwaardige behandeling van alle leerlingen.


Vierde balans tussen eer en sanctie


In het verlengde daarvan staat de behoefte aan eer. De ervaring deel uit te maken van een gemeenschap met een verleden van moed, integriteit of vakmanschap. Groepen die structureel vernederd worden, verliezen die basis voor hun waardigheid.

Ook sanctie of straf is een zielbehoefte, wanneer zij gericht is op herstel van de orde en het opnieuw insluiten van de dader in het morele netwerk van verplichtingen. In Weils visie moet straf altijd rechtvaardig, waardig en herstelgericht zijn. Een visie die in ons land allesbehalve tot zijn recht komt omwille van de chronische overbevolking van onze gevangenissen.



Vijfde balans tussen zekerheid en risico


Aan zekerheid en risico ontleent de mens eveneens zijn geestelijke gezondheid. Zonder zekerheid leeft men onder verlammende angst; zonder risico wordt het leven futloos. Je bent uitgekeken op jouw job, maar durf je de stap zetten om het veilige nest te verlaten? Risico voedt moed, betrokkenheid en levenskracht. Een gezonde samenleving zoekt daarom een evenwicht tussen bescherming en uitdaging.


Zesde balans tussen privé- en collectief bezit


Net zo essentieel zijn privébezit en collectief bezit. Privébezit is voor Weil geen louter economisch gegeven, maar een geestelijke noodzaak. Mensen moeten dingen kunnen bezitten die zij ervaren als een verlengstuk van zichzelf. Daarom pleit zij voor breed gespreid bezit van huis, grond en werkinstrumenten. Grootschalige, anonieme eigendomsstructuren ontnemen mensen hun wortels en hun gevoel van verantwoordelijkheid. De woontorens die in naoorlogs Europa in en rond de grote steden verschenen zou zij verschrikkelijk gevonden hebben. Interessant in dit geval is de documentaire over de woontorens in de Gentse Rabotwijk. Hier de trailer.



Naast individueel bezit bestaat er ook een behoefte aan collectief eigendom zoals publieke gebouwen, landschappen, instellingen en tradities. Moderne fabrieken en bureaucratieën falen hierin volgens Weil volledig. Niemand voelt zich er eigenaar, niemand ervaart er betekenis of verantwoordelijkheid. Wanneer ik hierover nadenk dan kan je voorbeelden geven die deze visie ondersteunen. Denk bijvoorbeeld aan de staat van veel treinwagons. Daarnaast zijn we er hier in Vlaanderen wel in geslaagd om prachtige bibliotheken neer te poten. Een bibliotheek binnenstappen is echt een aanrader bij een bezoek aan de een of de andere stad. Het geeft mezelf steeds een gelukkig, inspirerend gevoel. Hier vier prachtige voorbeelden van stadsbibliotheken van links naar rechts 1e rij: Mechelen, Gent en 2e rij Waregem en Utopia Aalst met een hommage aan een van onze grootste literaire helden: Louis Paul Boon.



Zevende balans tussen waarheid en meningsvrijheid


Waarheid en meningsvrijheid zijn vitale behoeften die niet altijd met elkaar corresponderen en daarom goed moeten worden overdacht en beschermd. Wat meningsvrijheid betreft pleit Weil voor de absolute vrijheid van de individuele intelligentie. Het is een onvoorwaardelijke noodzaak voor elk individu om te denken, te onderzoeken en theoretisch te formuleren zonder enige beperking. Tegelijk pleit zij voor strenge beperkingen op collectieve communicatievormen die gedrag sturen, zoals propaganda, massamedia. Groepen denken niet, individuen doen dat. Daarom wil zij politieke partijen afschaffen en propaganda strikt reguleren. Mocht Weil nu leven zou ze alle politici met aandrang vragen ver weg te blijven van sociale media. Stop met holle frasen en zet meer in op echte inspiratie.


De mens heeft een ongelooflijke drang naar waarheid. Zonder waarheid verliest een samenleving haar morele oriëntatie. Leugens, foutieve informatie, manipulatie en propaganda zetten de autoriteit van personen, instituten onder druk. De constante informatiestroom vooral via pers en massacommunicatie (die Weil ook in haar tijd reeds bekritiseerde) vernietigen het innerlijk kompas van mensen. Daarom gaat Weil zelfs zo ver te pleiten voor rechtbanken die “waarheidsmisdrijven” bestraffen. Toen ik de rector van de Ugent hoorde verklaren dat ze in "de val gelopen was van AI" dan zag ik de waarheidbalans naar een bodemloze put zinken...



We zijn dus uitgekomen bij zeven duo's van basisbehoeften waar het streven naar een evenwichtige balans onontbeerlijk is. Wanneer deze behoeften worden geschonden, uit evenwicht raken, ontstaat ontworteling, het kernbegrip van het tweede deel van het boek.


Tweede deel: Ontworteling van de arbeiders


Weil beschouwt worteling als een fundamentele menselijke behoefte. De mens moet behoren tot levende gemeenschappen die hem verbinden met verleden en toekomst. Familie, dorp, beroep en culturele tradities vormden ooit zo’n dragend weefsel. In de moderne wereld zijn deze verbanden echter grotendeels ontrafeld. Wat overblijft, is een mens die moreel en existentieel zweeft, losgeraakt van traditie, gemeenschap en betekenis.


Ontworteling is bij Weil dan ook geen louter individueel probleem, maar een structurele toestand. Zij wijst daarbij op de organisatie van de moderne arbeid, in het bijzonder de fabrieksarbeid, maar ook op werkloosheid, die zij ziet als ontworteling in het kwadraat.



Onderwijs en vulgariserende cultuur versterken dit ontheemd raken doordat zij levende traditie en waarheid vervangen door fragmentarische kennis en oppervlakkig vermaak.


Deze innerlijke erosie verbindt Weil rechtstreeks met de Franse nederlaag van 1940. Een samenleving waarvan de wortels zijn aangetast, bezwijkt bij de eerste schok. Dat ook de overwinnaars van toen uiteindelijk zelf ontworteld zouden raken, heeft zij niet meer meegemaakt; hoe zij dit zou hebben geduid, blijft ongewis.


Hoe pak je volgens Weil ontworteling aan? Een oplossing voor haar ligt in een samenhangend hervormingsprogramma van de samenleving. Weil pleit voor decentralisering van arbeid uitgevoerd in kleine ateliers die verbonden zijn met een montagecentrum. Arbeid moet dus voor haar weg uit de grote fabrieken en opnieuw menselijk, overzichtelijk en waardig gemaakt worden. De techniek moet erop gericht zijn om de mens niet uit te putten maar de mens juist uit te dagen in zijn vakmanschap. Het ingenieursonderwijs moet worden gericht op menselijke waardigheid in plaats van louter efficiëntie. De arbeider moet eigenaar kunnen worden van huis, grond en machine, waardoor hij opnieuw stabiliteit en betekenis vindt. Het begrip zelfredzaamheid dat nu sterk in de mode is, past hier perfect bij.


Ook het platteland is bedreigd door ontworteling. De natuurlijke gehechtheid van boeren aan eigendom en werk moet worden ondersteund door wetgeving, rituelen, onderwijs en vormen van gemeenschappelijkheid die de band met land en traditie versterken.



Weil zou om al deze redenen vandaag de initiatieven rond de "korte keten" sterk aanmoedigen. Het aandeel korteketenbedrijven ten opzichte van het totaal aantal landbouwbedrijven in Vlaanderen is gestegen van 10% in 2016 naar 13,2% in 2023. In absolute cijfers zijn er 2.870 landbouwbedrijven die één of meerdere korteketenactiviteiten uitoefenen in 2023 (Bron: Agentschap Landbouw en Zeevisserij op basis van Statbel (Algemene Directie Statistiek - Statistics Belgium)



Weil benadrukt dat niets de vreugde in het werk kan vervangen, of het nu om arbeiders of boeren gaat.


Derde deel: Ontworteling en de natie


In het derde deel richt Weil zich op de natie. Door de ontbinding van lokale gemeenschappen is de staat volgens haar de laatste drager van continuïteit geworden. Die staat is echter een abstract gegeven. Het volk verwacht alles van de staat, maar voelt er zelden werkelijke trouw of verbondenheid mee. Het vaderlandsgevoel laait soms op uit verlies of nood, maar komt nauwelijks voort uit liefde. Het Frankrijk van Weil leeft daardoor, zo stelt ze, met twee verschillende moralen: een private moraal van plicht, zorg en nederigheid, en een publieke moraal van macht, eer en prestige.


Wanneer je hierover nadenkt, is dit zeer herkenbaar. In het private leven handelen mensen meestal zonder veel grote woorden over goed en kwaad en blijven plichtsgevoel en solidariteit tastbaar. Men voert taken uit binnen gezins-, familie en vriendencontext. Men voert na het werk nog taken uit als vrijwilliger bij een vereniging, neemt verantwoordelijkheid op zich omdat niemand anders het doet. Dat gebeurt zonder applaus, vaak zelfs zonder dat iemand het ziet. Plicht, zorg en bescheidenheid vormen hier de stille maatstaf. Men doet wat nodig is, niet omwille van eer, maar omdat men zich verbonden weet met anderen. Elke vereniging draait op een schare van dergelijke stille krachten. Dankzij hen kunnen week in week uit mensen van jong tot oud genieten van sport, cultuur, ontspanning en zo verbinden én wortelen.


Zodra men echter het publieke domein betreedt, verandert de toon en verschuift de taal naar macht, efficiëntie en belangen. In de wereld van politiek, instellingen en (massa)media schuwt men de grote woorden niet en wordt er gesproken over daadkracht, gezichtsverlies, profilering en succes. Macht wordt er niet gewantrouwd maar als noodzakelijk beschouwd, eer wordt opgeëist in plaats van vermeden, en morele scrupules gelden al snel als naïef. Wat men in het dagelijkse leven onaanvaardbaar zou vinden zoals manipulatie, zelfverheffing, het opofferen van zwakkeren aan een groter doel,... wordt in het publieke discours vaak verdedigd als realisme.


Er is dus duidelijk een kloof tussen beide en de kloof lijkt zowel in de tijd van Weil als nu voor velen (te) groot. Hoe dit aan te pakken? Door aan de basis te starten en dus zo een vitale gemeenschap te laten ontstaan van onderop. Gemeenschappen, zoals Weil het omschrijft, die geworteld zijn in plaats, arbeid en gedeelde betekenis. Weil ziet het platteland als een laatste bron van vitaliteit en maakt een scherp onderscheid tussen volk, staat en patrie. Ware gehoorzaamheid is voor haar slechts mogelijk tegenover een staat die zijn legitimiteit herontdekt in zijn eeuwige verplichtingen tegenover de mens.


Een interessante aanvulling. Je kan tal van hedendaagse essays lezen waarin wordt beschreven dat we leven in een tijd waarin er een zingevingscrisis heerst. Een samenleving die haar wortels verliest, tast niet alleen haar sociale samenhang aan, maar ondermijnt ook het vermogen van mensen om hun leven zelf als zinvol te ervaren. In een recent essay van Arnon Grunberg, getiteld “De moeite van het sterven waard”, onderzoekt hij de vraag wat het betekent om te leven en te sterven in een tijd waarin traditionele levensmilieus en zingeving steeds meer op individuele keuze en abstracte idealen zijn komen te rusten. In plaats van antwoorden te geven, confronteert Grunberg de lezer met de harde vraag of het moderne leven — zonder diep ingebedde rituelen, gemeenschappen of geloofskaders — nog wel voldoende houvast biedt om het sterven en de eindigheid van het bestaan aan te kunnen zien. Het essay werpt zo een hedendaags licht op wat Weil bedoelde met ontworteling. Wanneer levende, voedende gemeenschappen verdwijnen, gaat niet alleen de sociale verbondenheid verloren, maar raakt ook het innerlijk vermogen om het eigen leven en sterven betekenis te geven. Ik vond het zelf een interessante tekst om over na te denken. Je kan via volgende link lezen: “De moeite van het sterven waard”


Ook interessant:


Wie wil kan in de analyse van ontworteling zeer ver gaan en heel veel voorbeelden zien die dit fenomeen ondersteunen. Tegelijk vind ik het toch belangrijk om ook vast te stellen dat de samenleving minder ontworteld is dan we op het eerste gezicht kunnen vermoeden. In Vlaanderen en België blijft een sterke vrijwilligerscultuur bestaan, zoals bijvoorbeeld zeer zichtbaar in het jeugdwerk. Week in week uit trekken duizenden jongeren hun uniform aan om kinderen te begeleiden op activiteiten. Jeugdleiders dragen verantwoordelijkheid zonder loon, vaak jarenlang, gedreven door een vanzelfsprekend gevoel van plicht en verbondenheid. Wie dit zelf heeft gedaan of ervaren weet dat wat doorgegeven wordt geen enkele staat kan organiseren. Het gaat over zorg, verantwoordelijkheid, trouw, ritme en het samen bouwen aan herinneringen. Waarden die je voor alle duidelijkheid overal in het vrijwilligerswerk zult terugvinden. Precies daar wordt zichtbaar wat Simone Weil vitaliteit noemt. Een kracht die niet voortkomt uit beleid of abstracte structuren, maar uit concrete relaties tussen mensen. De morele rijkdom van een samenleving leeft van onderop.


Vierde deel: Worteling

In dit laatste deel onderzoekt Simone Weil hoe een samenleving na oorlog, ontbinding en morele verwarring opnieuw kan worden opgebouwd. In dit stuk komen heel wat kernbegrippen van haar filosofie aan bod: inspiratie, waarheid, aandacht, gehoorzaamheid.


Een volk heeft geen nood aan propaganda, maar wel aan inspiratie. Geen beïnvloeding van buitenaf, maar een innerlijke kracht die mensen richt op waarheid, rechtvaardigheid en schoonheid. Inspiratie staat bij Weil lijnrecht tegenover propaganda. Echte politieke opvoeding bestaat niet uit slogans of permanente prikkels, maar uit voorbeelden die mensen uitnodigen hun eigen leefwereld dieper en ruimer te begrijpen. Wie inzet op inspiratie wekt op termijn aandacht. Wie blijft beïnvloeden, stoot uiteindelijk af. In tijden van crisis is propaganda bijzonder gevaarlijk. Ze speelt in op vermoeidheid en vervangt waarheid door ruis. Wat mensen nodig hebben is rust, aandacht en waarheid.


Die waarheidsliefde verbindt Weil met wetenschap en religie. Beide zijn ontworteld geraakt, onder invloed van prestige, macht en carrièrezucht. Centraal in dit alles staat de zuiverheid van motieven. Daden hebben alleen waarde wanneer ze voortkomen uit liefde voor het goede en de waarheid. Eerzucht, machtsdrang en prestige vervormen de ziel. Zo komt Weil uit aandacht. Wie aandacht schenkt, toont verantwoordelijkheid. Daaruit ontstaat respect en vrijwillige gehoorzaamheid. In dit opzicht mogen er op zijn minst vragen gesteld worden bij het feit dat het hoofd van één van de grootste kennisinstellingen van het land "in de val loopt van AI".


Weil verzet zich tegen leiderschap dat louter technisch of efficiënt is. Echte organisaties moeten organisch groeien, gedragen door inspiratie in plaats van dwang. Dwang roept onbegrip op en wekt onbehagen.


In een gewortelde samenleving speelt ook het verleden een sleutelrol. Weil ziet in de Franse Revolutie niet het geweld of de ideologie als blijvende waarde, maar de zuivere roep naar rechtvaardigheid die er hoorbaar werd. Het verleden is voor haar geen fetisj en geen staatsritueel, maar noodzakelijke voeding: “van alle behoeften van de menselijke ziel is er geen vitaler dan het verleden”. Niet het verleden van vlaggen en mythen, maar dat van morele ervaringen. Die visie wordt literair zichtbaar in Les Misérables van Victor Hugo. Daar wordt de Franse geschiedenis geen heroïsche mythe, maar een morele zoektocht van gewone mensen. Jean Valjean, getekend door honger, straf en vernedering, verandert niet door ideologie maar door barmhartigheid. Hij zet zijn verleden om in verantwoordelijkheid en kiest, als burgemeester, werkgever en voogd, telkens opnieuw voor zorg en rechtvaardigheid, vaak buiten het zicht. Zo wordt het verleden bij Hugo geen bron van nationale trots, maar van empathie en morele verplichting, onder meer in zijn zorg voor Cosette.


Cosette, illustratie van Émile Bayard, 1862
Cosette, illustratie van Émile Bayard, 1862

Ook Delacroix’ La Liberté guidant le peuple verbeeldt vrijheid niet als triomf, maar als een oprechte roep naar menselijke waardigheid.


Vanuit dit perspectief richt Weil haar blik op de Vrije Fransen in Londen. Hun legitimiteit mag volgens haar niet voortkomen uit macht, traditie of efficiëntie, maar uit “eeuwige verplichtingen tegenover de mens”. Zij moeten niet alleen bevrijden, maar moreel vernieuwen. Hoe Weil naar de Franse samenleving vandaag zou kijken, vormt een interessante denkoefening. Na het lezen van deze tekst heb je daarvoor wel wat stof tot nadenken.


3 februari 1909 - 24 augustus 1943
3 februari 1909 - 24 augustus 1943








 
 
 

Opmerkingen


bottom of page