Jij zegt het (2015) Connie Palmen
- Wouter Vanderstraeten
- 2 uur geleden
- 4 minuten om te lezen

In Jij zegt het (2015) reconstrueert Connie Palmen op literaire wijze de relatie tussen de dichters Ted Hughes en Sylvia Plath vanuit het perspectief van Hughes. Hij kijkt terug op hun liefde, hun schrijverschap en de gebeurtenissen die uiteindelijk leiden tot Plaths zelfmoord. De roman is gebaseerd op bronnen zoals brieven, dagboeken en gedichten. Het resultaat is echter geen biografie, maar eerder een getuigenis van een man die zijn herinneringen en dus ook zijn verhaal opschrijft. Hoe hij het leven met Plath en de nasleep ervan zou beleefd kunnen hebben. Het woord is dus aan Ted Hughes zoals hij het zou kunnen gezegd hebben. Hij opent het als volgt:
“Voor de meeste mensen bestaan wij alleen in een boek, mijn bruid en ik. De afgelopen vijfendertig jaar heb ik met een machteloos afgrijzen moeten aanzien hoe onze echte levens bedolven raakten onder een modderstroom van apocriefe verhalen, valse getuigenissen, roddels, verzinsels, mythen, hoe onze ware, complexe persoonlijkheden werden vervangen door clichématige personages, vernauwd tot simpele imago´s, op maat gesneden voor een sensatiebelust lezerspubliek.
En dan was zij de broze heilige, ik de brute verrader.
Ik heb gezwegen.
Tot nu.”
Ted Hughes heeft zich tijdens zijn leven grotendeels afzijdig gehouden van publieke uitspraken over Sylvia Plath en haar dood. In de roman reageert hij impliciet op alles wat anderen over hem hebben gezegd en geschreven. De titel suggereert tegelijk verweer en berusting: jij zegt het, niet ik.

Jij zegt het speelt zich af in de jaren 1950 en 1960, een periode waarin traditionele ideeën over huwelijk, moederschap en vaste rolpatronen sterk bepalend zijn. De emancipatie van de vrouw stond nog helemaal nog niet zo ver als nu. Het is de tijd van herstel in Europa na de desastreuze wereldoorlog en van een maatschappij waar de moderniteit steeds luider op de deur klopt. Deze maatschappelijke context is belangrijk om in het achterhoofd te houden wanneer we de relatie tussen Ted Hughes en Sylvia Plath tegen het licht houden. De spanning tussen persoonlijke ambitie en sociale verwachtingen, die Sylvia Plath zelf indringend beschrijft in The Bell Jar (De glazen stolp), loopt als een onderstroom door deze uitstekende roman van Connie Palmen.
Sylvia Plath komt via een beurs terecht op Cambridge, waar ze Ted Hughes ontmoet. Hughes kijkt terug op hun eerste ontmoeting als iets bijna mythisch. De eerste verliefdheid, de eerste passie, de tijd waarin enkel de liefde bestaat. Zij stort zich onvoorwaardelijk in de relatie en adoreert Hughes. Zijn talent en schrijverschap wil ze steunen op alle mogelijke manieren. Plath leest zijn werk, levert kritiek, typt zijn gedichten en zorgt ervoor dat ze worden ingestuurd naar uitgevers, recensenten, ... In deze beginfase lijkt hun relatie gelijkwaardig, maar al snel blijkt dat Plath haar eigen ambities steeds vaker ondergeschikt maakt aan die van Hughes.
Tegelijk wordt duidelijk dat Plath worstelt met haar positie als vrouw in een maatschappij die weinig ruimte laat voor vrouwelijke autonomie. Hughes beschrijft haar woede om het feit dat zij haar hele leven afhankelijk is geweest van anderen. Die afhankelijkheid ervaart zij niet als steun, maar als een vorm van bezitname. Wie steun geeft, doet dit meestal niet zomaar. Haar woede, die Hughes omschrijft als “gezond” en “rebels”, ontstaat uit het gevoel dat haar leven niet van haarzelf is. Dit sluit nauw aan bij de thematiek van The Bell Jar, waarin Plath laat zien hoe maatschappelijke verwachtingen vrouwen psychisch kunnen verstikken.
Wanneer Plath moeder wordt, nemen de spanningen verder toe. Ze wil een toegewijde moeder zijn, maar voelt tegelijkertijd dat het moederschap haar schrijverschap en vrijheid bedreigt. Financiële onzekerheid vergroot de druk op het gezin. Hughes kan zich relatief vrij bewegen binnen de literaire wereld, terwijl Plath steeds meer vast komt te zitten in de dagelijkse zorg voor de kinderen. De ongelijkheid in hun relatie wordt hierdoor scherper zichtbaar.
De situatie escaleert wanneer Hughes een buitenechtelijke relatie aangaat. Haar bestaande mentale kwetsbaarheid, die teruggaat tot haar jeugd en haar complexe relatie met haar ouders, wordt hierdoor versterkt. De combinatie van relationele breuk, maatschappelijke druk, financiële zorgen en psychische instabiliteit leidt uiteindelijk tot haar zelfmoord. Palmen presenteert dit niet als het gevolg van één oorzaak, maar als een cumulatie van spanningen die elkaar versterken.
Na Plaths dood kijkt Hughes terug en probeert hij betekenis te geven aan wat er is gebeurd. Een belangrijk symbolisch element in deze reflectie is het motief van de vos, dat meerdere keren in de roman opduikt. De vos fungeert als een innerlijke waarschuwing of gewetensstem. In dromen en herinneringen confronteert de vos hem met zijn falen om tijdig te handelen en werkelijk te luisteren. Het dier staat zo symbool voor het onvermogen om signalen serieus te nemen — in de liefde, maar ook in het leven zelf.
Naast deze persoonlijke en maatschappelijke lagen fungeert Jij zegt het ook als een kennismaking met het literaire oeuvre van beide dichters.
Ted Hughes wordt gepresenteerd als een dichter die al vroeg erkenning krijgt met The Hawk in the Rain (1957), gevolgd door Lupercal (1960), waarin natuur, dieren en mythologie centraal staan. Zijn latere bundel Crow: from the Life and Songs of the Crow (1970) geldt als een van zijn meest invloedrijke werken en weerspiegelt zijn fascinatie voor oerkrachten, geweld en schepping.
Sylvia Plath wordt getoond als een dichteres van uitzonderlijke intensiteit. Haar werk, waaronder The Colossus en vooral Ariel, behoort tot de confessional poetry en kenmerkt zich door emotionele eerlijkheid en thematiek rond identiteit, dood en vrouwelijke autonomie. Daarnaast verwijst de roman naar haar semiautobiografische roman The Bell Jar (De glazen stolp), waarin haar worsteling met depressie en maatschappelijke verwachtingen centraal staat. Dat Plath in 1982 postuum de Pulitzerprijs voor poëzie ontvangt, benadrukt hoe haar literaire betekenis pas volledig wordt erkend na haar dood.



Opmerkingen