top of page

Het vervallen huis van de islam (2019) Ruud Koopmans


Het jaar 1979 markeert volgens socioloog Ruud Koopmans een cruciale omslag in de moderne islamitische wereld. In dat jaar vonden drie gebeurtenissen plaats die de structurele opkomst van religieus fundamentalisme inluidden: de islamitische revolutie in Iran, de opstand tegen de Sovjet-invasie in Afghanistan, en de bloedige bezetting van de Grote Moskee in Mekka door jihadisten. Deze gebeurtenissen maakten duidelijk dat religie steeds sterker als politiek wapen werd ingezet.


Sindsdien, zo stelt Koopmans, is de islamitische wereld in een steeds dieper wordende crisis terechtgekomen. Terwijl wereldwijd steeds meer landen democratiseerden, nam het aantal democratische staten in de islamitische wereld juist af. De rechten van vrouwen, homoseksuelen en religieuze minderheden bleven er wereldwijd het zwakst. Van West-Afrika tot Zuidoost-Azië woeden tientallen conflicten waarbij islamistische groeperingen betrokken zijn. Organisaties zoals IS, Al-Qaeda en Boko Haram hebben miljoenen slachtoffers gemaakt en blijven jaarlijks terreuraanslagen plegen.


Deze politieke instabiliteit gaat samen met economische achteruitgang. Veel islamitische landen groeien minder snel dan de rest van de wereld, kampen met grote werkloosheid en investeren te weinig in wetenschap en innovatie. Hierdoor zoeken miljoenen mensen een beter leven elders, maar ook in Europa blijken migranten uit moslimlanden het moeilijker te hebben met integratie dan andere groepen.


Vanuit dit historische en maatschappelijke kader vertrekt Koopmans in zijn boek Het vervallen huis van de islam. Hij onderzoekt waarom de islamitische wereld in zo’n hardnekkige crisis is beland. Veel verklaringen verwijzen naar kolonialisme, westerse inmenging of internationale ongelijkheid. Koopmans verschuift echter de focus naar interne factoren: de toenemende invloed van fundamentalisme, de achtergestelde positie van vrouwen, de zwakke rol van wetenschap en het ontbreken van een scheiding tussen religie en staat. Cruciaal in zijn betoog is dat hij moslims niet als probleem aanduidt, maar wel bepaalde ideeën, instellingen en machtsstructuren.


Het boek is tegelijk een analyse én een pleidooi. Koopmans roept op tot vrijheid, gelijkheid en hervorming binnen de islamitische wereld. Alleen door fundamentalisme los te laten, kan vooruitgang mogelijk worden.


De kern van de crisis: religieus fundamentalisme


Volgens Koopmans is religieus fundamentalisme de belangrijkste oorzaak van de problemen waarmee de islamitische wereld kampt. Fundamentalisme houdt in dat Koran en soenna als volledig tijdloos, letterlijk en onveranderlijk worden beschouwd. Hierdoor wordt iedere vorm van kritische interpretatie afgewezen.


Dit fundamentalisme heeft volgens hem drie belangrijke gevolgen:


  1. Politieke gevolgen: streven naar een religieuze staat

    Veel fundamentalistische bewegingen zien de sharia niet alleen als morele richtlijn, maar als een volledig politiek en juridisch systeem dat de staat moet uitvoeren. Hierdoor ontstaat een politiek model waarin:


    • democratische besluitvorming beperkt wordt,


    • wetten niet door mensen gemaakt mogen worden,


    • religieuze leiders grote invloed verwerven.


    In zulke systemen is weinig ruimte voor pluriformiteit of voor afwijkende meningen.



  2. Sociale gevolgen: beperkte vrijheid en ongelijkheid

    Fundamentalisme leidt tot een samenleving met strenge gedragsregels voor mannen en vrouwen. Vooral vrouwen worden benadeeld: beperkte toegang tot onderwijs, lage arbeidsparticipatie, afhankelijkheid van mannen, mobiliteitsbeperkingen en strikte kledingnormen.

    Koopmans toont aan dat landen met sterke fundamentalisme vaak ook economisch achterblijven, precies omdat de helft van de bevolking onvoldoende kansen krijgt.


  3. Culturele gevolgen: zwakke positie van wetenschap en onderwijs

    Volgens Koopmans wordt kritische of seculiere kennis in veel islamitische landen gezien als “minderwaardig” of bedreigend. Hierdoor blijven investeringen in universiteiten, onderzoek en innovatie laag.

    Een symbolisch voorbeeld dat Koopmans aanhaalt, is de zeer late introductie van de drukpers in het Ottomaanse Rijk. Terwijl Europa vanaf de 15e eeuw massaal boeken drukte en kennis verspreidde, werd drukwerk in delen van de islamitische wereld eeuwenlang als religieus problematisch beschouwd.

    Koopmans gebruikt dit voorbeeld niet om de islam te veroordelen, maar om te tonen hoe religieuze weerstand tegen innovatie langdurige gevolgen kan hebben.


De verwevenheid van religie en staat


Een tweede structureel probleem is volgens Koopmans het gebrek aan scheiding tussen religie en staat. In de islamitische traditie bekleedde de profeet Mohammed zowel een religieuze als een wereldlijke rol. Hierdoor werd het idee van een seculiere staat veel minder vanzelfsprekend dan in het Westen.


Dit heeft volgens Koopmans meerdere gevolgen:


  • religieuze wetten beïnvloeden het burgerlijk en strafrecht;

  • minderheden hebben weinig rechten;

  • kritiek op religie wordt snel gezien als “aanval op de staat”;

  • politieke pluraliteit blijft beperkt.


Het gevolg is dat democratische hervormingen moeilijk van de grond komen.


Geweld, conflicten en democratische achteruitgang


Koopmans beschrijft hoe sinds de jaren 80 talloze conflicten zijn ontstaan waarbij islamistische bewegingen een rol spelen. Dit gaat van burgeroorlogen in Afghanistan, Jemen en Syrië tot opstanden in Nigeria, Mali en de Filipijnen.

Hij benadrukt dat geweld niet “in de islam zit”, maar dat bepaalde fundamentalisme interpretaties leiden tot sektarische tegenstellingen (sjiieten vs. soennieten), gewapende groepen met religieuze legitimatie, onderdrukking van andersdenkenden, radicalisering en terrorisme.

Door deze instabiliteit blijven staten zwak, worden verkiezingen gemanipuleerd of afgeschaft en groeit het wantrouwen tussen bevolkingsgroepen.


Migratie en integratie in Europa


Het boek behandelt ook de positie van moslimminderheden in Europa. Koopmans benadrukt dat discriminatie wel degelijk voorkomt, maar dat het niet de belangrijkste oorzaak is van beperkte integratie. In onderzoek ziet hij vooral de invloed van taalbeheersing, onderwijsniveau, gemengde sociale netwerken, opvattingen over sekserollen en homoseksualiteit.


In gemeenschappen waar fundamentalisme sterker aanwezig is, blijken jongeren vaker minder goed te integreren. Koopmans pleit daarom voor onderwijs, emancipatie en contact tussen groepen als belangrijkste sleutels tot succesvolle integratie.


Aan het einde van Het vervallen huis van de islam stelt Koopmans een centrale vraag: kan de islamitische wereld zich bevrijden van fundamentalisme? Zijn antwoord is voorzichtig optimistisch.


Slotbeschouwing

Volgens Koopmans kan echte en duurzame verandering binnen de islamitische wereld enkel ontstaan wanneer vernieuwende impulsen van binnenuit komen. Hij benadrukt dat vooruitgang niet kan worden opgelegd door externe machten, maar moet groeien uit interne hervormingsbewegingen en een hernieuwde interpretatie van tradities. Daarbij speelt het concept ijtihād een centrale rol: de bereidheid om religieuze bronnen opnieuw te bestuderen, te herinterpreteren en aan te passen aan de realiteit van de 21e eeuw. Een open, dynamische omgang met religieuze teksten kan volgens hem ruimte scheppen voor innovatie, wetenschappelijke ontwikkeling en grotere individuele vrijheid.


Daarnaast legt Koopmans sterk de nadruk op de noodzaak van een duidelijke scheiding tussen religie en staat. Hij is ervan overtuigd dat pas wanneer de staat neutraal wordt en religie niet langer het politieke domein domineert, burgers de kans krijgen om zonder druk van bovenaf hun eigen overtuigingen te vormen. Zo’n scheiding garandeert niet alleen een rechtvaardiger inrichting van de samenleving, maar creëert ook een context waarin minderheden beschermd worden en waarin politieke machthebbers niet langer religieuze argumenten kunnen gebruiken om kritiek te onderdrukken.


Een derde essentieel element in zijn pleidooi is de emancipatie van vrouwen. Koopmans onderstreept dat geen enkele samenleving duurzaam vooruitgang kan boeken wanneer de helft van de bevolking structureel wordt uitgesloten van onderwijs, arbeid en maatschappelijke participatie. De achterstelling van vrouwen is volgens hem niet alleen een moreel probleem, maar ook een van de belangrijkste remmende factoren op economische en sociale ontwikkeling. Werkelijke vooruitgang vereist daarom dat vrouwen gelijke rechten en kansen krijgen en dat de patriarchale structuren die hen beperken actief worden doorbroken.


Ook investeringen in onderwijs, wetenschap en technologische innovatie zijn volgens Koopmans onmisbaar. Hij stelt dat de islamitische wereld haar historische achterstand enkel kan inhalen als kennis, onderzoek en kritisch denken opnieuw een centrale plaats krijgen. Universiteiten moeten kunnen functioneren als broedplaatsen van debat en vernieuwing, niet als instellingen die onder toezicht staan van religieuze autoriteiten. Alleen door een cultuur van nieuwsgierigheid en scepsis te stimuleren kan men bouwen aan een toekomst waarin burgers mondig en zelfstandig denken.


Tenslotte beschouwt Koopmans de bescherming van de vrijheid van meningsuiting, ook voor dissidenten, twijfelaars en gelovigen met afwijkende interpretaties, als de hoeksteen van iedere moderne samenleving. Hij sluit zijn boek dan ook af met de bekende uitspraak van Rosa Luxemburg: “Vrijheid is altijd de vrijheid van de andersdenkenden.” Voor hem vat deze uitspraak de essentie van vooruitgang samen: een maatschappij kan pas groeien wanneer ze de moed heeft om ruimte te geven aan pluraliteit, kritiek, debat en verschil. Vrijheid die alleen geldt voor wie de dominante opvatting deelt, is immers geen echte vrijheid.


Het vervallen huis van de islam is daardoor niet louter een academische analyse van een crisis, maar vooral een oproep tot hervorming, reflectie en moed. Koopmans moedigt de lezer aan om zich niet te laten misleiden door simplistische verklaringen en om de complexiteit van religieuze, sociale en politieke structuren onder ogen te zien. Hij benadrukt dat duurzame vooruitgang begint bij ideeën en instellingen die openstaan voor verandering en bij mensen die bereid zijn om bestaande machtsstructuren ter discussie te stellen. Het boek laat zo een duidelijke boodschap achter: alleen door kritisch te durven denken en door ruimte te creëren voor vrijheid en diversiteit kan de islamitische wereld de weg naar vernieuwing en stabiliteit terugvinden.


Ruud Koopmans studeerde politicologie en promoveerde aan de Universiteit van Amsterdam. Hij is hoogleraar sociologie en migratie aan de Humboldt Universiteit en onderzoeksdirecteur aan het Wissenschaftszentrum (WZB) in Berlijn. Hij schreef diverse boeken over migratie, sociale bewegingen en Europese integratie, en meer dan honderd wetenschappelijke artikelen en boekbijdragen. Opinieartikelen van zijn hand verschenen onder andere in NRC Handelsblad, de Volkskrant, Frankfurter Allgemeine Zeitung, Die Zeit en Neue Zürcher Zeitung.

 
 
 

Opmerkingen


bottom of page