top of page

De wonderen (2025) Jeroen Olyslaegers

  • 26 feb
  • 7 minuten om te lezen

Bijgewerkt op: 5 mrt



Na het lezen van De wonderen van Jeroen Olyslaegers plaatste ik het boek netjes in de kast naast Wildevrouw. In zo'n boekenkast vormt elk boek als het ware een doos vol herinneringen. Zoals regelmatig gebeurt, laat ik mijn blik glijden over de ruggen met de auteursnamen en de titels en dan dringen personages, scènes en ook sferen mijn gedachten binnen. De personages worden metgezellen, verhalen worden herinneringen. Wanneer mijn blik blijft hangen bij dit boek, zie ik Amandine en Ambrose, de tragische helden van dit verhaal, dwalen door het imposante Antwerpse herenhuis dat grandeur en succes uitstraalt. Wie echter, zoals wij de lezers van dit boek, een inkijk krijgt in dit huis en zijn bewoners, ziet geen warm nest. Het huis met haar grote, hoge ruimtes waarin de tocht door de deurspleten giert en de lange gangen waar geluiden blijven hangen. Het huis als personage dat mij als lezer van meet af aan een weinig geruststellend gevoel geeft.

Die onrust wordt nog versterkt door de tijd waarin het verhaal zich ontvouwt. “Elektrisch licht, ziet u, heeft een magie in de wereld gebracht waar nog niet iedereen van doordrongen is.” De overgang van gaslicht naar elektriciteit verandert niet alleen het straatbeeld, maar ook de manier waarop mensen elkaar zien. Zelfs dames uit de hogere kringen passen hun garderobe aan, omdat de scherpe helderheid van elektrische lampen tijdens soirées en bals geen verdoezeling meer duldt. Wat eerst zacht en gesluierd oogde, wordt plots onverbiddelijk zichtbaar.


De roman opent met de beschrijving van het innig samenzijn van de tweeling Amandine en Ambrose in hun moeders baarmoeder. Die verstrengeling, puur en onbewust, krijgt een eerste verwijdering bij het geboren worden en zal hen tijdens hun leven steeds verder en dan weer dichter naar elkaar toe trekken. Ze worden geboren op 7 maart 1868, onder het sterrenbeeld Vissen, een voorteken dat zij voorbestemd zijn om vrijheid te zoeken. Het verhaal wordt door Amandine verteld. Wanneer zij dit in de lente van 1915 neerschrijft, zijn ze opnieuw samen. Alleen en dicht bij elkaar. Amandine heeft de taak op haar genomen om haar uitgeputte broer tot aan zijn dood te verzorgen en bij te staan, terwijl de Groote Oorlog elke vorm van vrijheid lijkt te verstikken. Amandines schrijven is daarom een daad van verzet. Ze weigert vergeten te worden en beschrijft hun levens als twee verschillende, maar verwante pogingen om vrijheid te bevechten binnen de beklemming van de katholieke moraal, het familiale prestige en de alom tegenwoordige hebzucht.

De vader van Amandine en Ambrose straalt discipline, macht en rijkdom uit. Hij beweegt zich zelfverzekerd in een wereld van financiële netwerken en politieke invloed. Hij verpersoonlijkt het vooruitgangsgeloof van de negentiende eeuw. Zijn contacten reiken tot bij koning Leopold II, en via figuren als Henry Morton Stanley wordt duidelijk hoe nauw die vooruitgang verbonden is met mondiale en koloniale ambitie. Voor hem is rijkdom niet alleen een praktisch gegeven, maar ook een morele bevestiging. Wie groeit, bewijst zijn waarde. Precies in die drang naar bevestiging sluimert onzekerheid. De orde is zo streng dat ze bijna beklemmend wordt. Wat als dat systeem enkel standhoudt zolang niemand de onderstroom benoemt?


De moeder daarentegen belichaamt de religieuze plichtsbetrachting. Zij is vroom, streng en volledig doordrongen van het katholieke ideaal van gehoorzaamheid en morele zuiverheid. Het is echter geen geloof dat warmte schept, maar een geloof dat discipline en afstand oplegt. Geloof is het opvolgen van geboden, het uiterlijk vertoon van bidden en biechten. Een goede gelovige volgens de katholieke traditie, maar tegelijk een moeder die geen oog heeft voor het welzijn en het innerlijke leven van haar kinderen.

In dit huis is de grens tussen succes en verval flinterdun. Die indruk wordt versterkt door de val van Ambrose als kind. Hij wil de hoogte van het huis bedwingen, maar hij stort naar beneden. Hij overleeft het, maar blijft voor de rest van zijn leven fysiek kwetsbaar. Zijn lichaam draagt voortaan een breuk, een merkteken van zwakte, symbolisch voor het leven van een zoon die nooit de wensen van zijn vader zal kunnen vervullen.

Door de ogen van Amandine krijgen we een indringend beeld van het fin de siècle, gekenmerkt door enerzijds de opkomst van het modernisme, maar anderzijds door een knagend gevoel van défaitisme en cultuurpessimisme. Het is een tijd van ingrijpende veranderingen door doorgedreven industrialisering en technologische omwentelingen. Die vele (r)evoluties tonen een wereld die op volle toeren draait, een kruitvat dat vroeg of laat moet ontploffen...


Een belangrijk personage en sleutelfiguur in de opvoeding van de tweeling is hun tante Bella, de vrijgevochten zus van hun vader. In haar aanwezigheid verschuift de sfeer: minder controle, meer intuïtie. Zij introduceert de kinderen in een wereld van kruiden, spiritisme en alchemie. In haar wereld, in tegenstelling tot die van hun vader, is niet alles meetbaar of beheersbaar. Gaandeweg wordt duidelijk dat die spirituele dimensie geen vrijblijvende fascinatie is. Amandine blijkt een medium te zijn. Ambrose en Amandine zullen dit ook samen exploiteren en organiseren séances met publiek. Niet direct activiteiten die passen bij de stijve, burgerlijke moraal van hun ouders. Wat rationeel onmogelijk is, krijgt in Amandines beleving een plaats. Hypnose verschijnt zowel als variété als in een ernstiger, wetenschappelijke context bij de ‘zielsarts’ Frederik van Eeden, die in Antwerpen een lezing houdt waar Amandine bij aanwezig is. De grens tussen wetenschap en mystiek blijkt dun. Tante Bella opent een nieuwe wereld voor Amandine en Ambrose, die hen elk op een andere manier beïnvloedt. Zelfs na haar dood lijkt haar aanwezigheid niet volledig te verdwijnen en blijft ze vooral voor Amandine een gidsfiguur.


Ambrose laat zich meeslepen door deze esoterische onderstromen. Onder invloed van Joséphin Péladan richt Ambrose samen met zijn ‘bloedbroeder’ Georges Le Clément de Saint-Marcq het genootschap ‘In obscuro semina iacimus’ op. Wat begint als intellectuele fascinatie, krijgt een steeds radicalere vorm, met zwarte missen en provocatieve rituelen. De figuur van Saint-Marcq, die bekendstaat om zijn extreme interpretaties van religieuze symboliek, toont hoe dicht mystiek en decadentie in deze periode bij elkaar liggen. Le Clément de Saint Marcq is de man die de “ware toedracht van de eucharistie” blootlegde met de stelling dat Jezus brood noch wijn, maar wel zijn sperma met de apostelen deelde.

Terwijl Ambrose opgroeit tot een jonge man met alle vrijheid die bij zijn geslacht en stand hoort, wordt Amandine steeds meer in haar vrijheid beperkt. Voor een vrouw van haar stand zijn een goed huwelijk en nageslacht de belangrijkste opdracht. Het huwelijk tussen Amandine en Robert wordt niet geboren uit wederzijdse liefde, maar uit berekening en sociale logica. Het is een verbintenis die past binnen het netwerk van financiële belangen en familiale reputatie waarin haar vader zich zo zelfverzekerd beweegt. Robert presenteert zich als een moderne, vooruitstrevende man, overtuigd van economische expansie en technologische vooruitgang. Zolang Amandine zich schikt naar de rol die voor haar is uitgetekend — die van elegante echtgenote en moeder — toont hij zich welwillend, zelfs mild. Achter die schijn van redelijkheid schuilt een onwrikbaar geloof in orde en hiërarchie. Wat Amandine in dat huwelijk het moeilijkst verdraagt, zijn niet eens de openlijke conflicten, maar de momenten waarop zij beseft dat zwijgen veiliger is dan spreken. De dubbele moraal wordt pijnlijk zichtbaar. Als man heb je veel vrijheid en wordt er veel getolereerd, terwijl voor een vrouw verlangens naar intellectuele en lichamelijke vrijheid als ontsporing worden bestempeld. Zo wordt het huwelijk geen gedeelde ruimte, maar een zorgvuldig ingericht decor waarin Amandine langzaam haar bewegingsvrijheid verliest. Anna Karenina zou de verstikkende situatie van haar zuster Amandine met veel begrip en compassie herkennen.


Jeroen Olyslaegers verweeft de cultuur uit die periode op natuurlijke wijze in het weefsel van zijn roman. Zo duikt de poëzie van Émile Verhaeren op, een dichter die zelfs door tante Bella wordt ontvangen. Ook titels als Anvers, Métropole du Commerce et des Arts van G. Beetemé en Bruges-la-Morte van Georges Rodenbach resoneren in de achtergrond. Daarnaast klinkt ook La Nouvelle Carthage van Georges Eekhoud mee, met zijn scherpe blik op het Antwerpse burgerlijke milieu. Zelfs de esoterische ondertoon van La Curieuse van de reeds vernoemde Joséphin Péladan past in dat bredere culturele klimaat waarin mystiek en decadentie hand in hand gaan.

Het zijn geen losse verwijzingen, maar spiegels waarin Antwerpen zichzelf herkent als stad van handel en moraliteit, maar even goed van decadentie en melancholie. Diezelfde dubbelheid zien we in de beeldende kunst van het tijdperk. Het sensuele, soms provocerende symbolisme van Félicien Rops en de verstilde, raadselachtige introspectie van Fernand Khnopff ademen dezelfde sfeer van vervreemding en verlangen naar het onzegbare. Samen schetsen zij een cultuur die balanceert tussen vooruitgangsdrift en ondergangsgevoel, tussen uiterlijke schittering en innerlijke twijfel — precies de spanning die ook het leven van Amandine en Ambrose doordringt.

Als een rode draad door de roman loopt bovendien de geschiedenis van Merlijn de tovenaar en zijn halfzuster Ganieda. Ganieda fungeert als een soort vrouwelijke tegenhanger van Merlijn, een balans tussen zijn profetische, magische krachten en een menselijke, relationele verbinding. In De wonderen wordt deze relatie gebruikt om Amandine en Ambrose te spiegelen. Die mythische identificatie verleent hun bestaan een symbolische diepte.


Tijdens het lezen moest ik onwillekeurig denken aan Buddenbrooks, dat ik enkele jaren geleden las. Ook daar staat een trotse burgerlijke familie centraal die gelooft in arbeid, discipline en reputatie. De figuur van Hanno Buddenbrook deed me sterk aan Ambrose denken. Beiden zijn geen rebellen in luidruchtige zin, maar eerder fragiele zielen die zich niet meer volledig kunnen vereenzelvigen met het wereldbeeld van hun vaders. Hun verfijning is tegelijk hun kracht en hun zwakte. In beide romans zie je hoe een wereld die zich onaantastbaar waant, langzaam van binnenuit wordt uitgehold. Niet door spectaculaire instorting, maar door vermoeidheid, verfijning en twijfel. De jongste generatie voelt wat de oudste niet wil erkennen: dat achter de façade van vooruitgang een diepe kwetsbaarheid schuilgaat.


Wat mij uiteindelijk het meest heeft aangesproken in dit boek is het caleidoscopische beeld van de negentiende eeuw dat zich via Amandine en Ambrose ontvouwt. De roman is geen lineaire reconstructie van een tijdperk, maar zit vol historische, culturele en spirituele verwijzingen die soms expliciet worden benoemd en soms slechts onderhuids resoneren. Voor mij, als lezer met een sterke interesse in de negentiende eeuw, werkte dat bijzonder verrijkend. Sommige elementen waren vertrouwd, andere — zoals de wereld van het spiritisme en de esoterische genootschappen — brachten mij ertoe verder te lezen en te zoeken. Ook de mythische laag rond Merlijn en zijn halfzuster Ganieda opende een nieuw spoor van nieuwsgierigheid. Dat is voor mij een wezenlijk kenmerk van literatuur. Een boek biedt niet alleen een venster waardoor je meekijkt, maar een toegang om nieuwe werelden te verkennen. Tegelijk ervaar ik steeds hoe lezen verbanden legt. De strijd van Amandine om meer vrijheid en erkenning herken ik bij haar literaire zusters zoals Anna Karenina, Emma Bovary, Eline Vere of Thérèse Raquin. Door haar stem krijg ik niet alleen toegang tot een andere tijd, maar ook tot een andere ervaringswereld, namelijk die van een vrouw in een maatschappij waar van enige emancipatie nog geen sprake is. Ik zoek in een boek mogelijkheden om mijn perspectief te verruimen, (cultuur)historische kennis te verruimen en tegelijk diepmenselijke thema's te ervaren. Je mag deze roman gerust een ambitieuze onderneming noemen, net zoals bijvoorbeeld Wildevrouw, en voor mij is dat telkens opnieuw een voltreffer.


 

 

 

 

 
 
 

Opmerkingen


bottom of page