top of page

Morgen heten we allemaal Ali (2012) Gerrit Komrij


Gisteren dinsdag 27/02/2024 trouwde Regy Penxten met tot nu zijn tweede vrouw en die trouw werd uitgezonden op tv. Bij het horen van dit nieuws dacht ik direct aan Gerrit Komrij. De man die de tv ook wel als de treurbuis omschreef. In "Morgen heten we allemaal Ali" hekelt Komrij prachtig de maatschappij van de laatste decennia. Hoe zijn we tot de live-uitzending van de trouw van Regy gekomen? Komrij zag het al lang aankomen.


In het eerste essay Het verraad van mijn generatie” brengt Gerrit Komrij verslag uit van een nachtmerrie die ooit begon als een droom. De hoofdrolspelers in deze droom waren zijn generatiegenoten, de generatie van mei 1968. De generatie die het allemaal anders wou en beloofde de wereld te vernieuwen en een paradijs op aarde te creëren. Echter, volgens Komrij, hebben ze hun idealen verraden en zijn ze uiteindelijk voor eigenbelang gegaan zich verschuilend achter holle slogans. Daarbij werd iedereen die niet in hun plaatje paste: getypeerd, gestigmatiseerd, geframed en gedemoniseerd. De oude wolven werden zo opzij geschoven en vervangen door de nieuwe wolven. Het is een reflectie op de teleurstelling en het verraad dat hij voelde ten opzichte van zijn tijdgenoten. Een intrigerende kijk op de idealen en de realiteit van die tijd en hoe die vlotjes werden uitverkocht. Een voorbeeld daarbij is privacy. Een ideaal dat voor de revolutionairen van '68 zo belangrijk was, is volledig uitverkocht. Hij haalt daarbij de uitverkoop van de privacy aan in functie van de veiligheid en het verdedigen van de democratie.

Hij fulmineert ook heerlijk tegenover hoe we omgaan met democratie, seksualiteit, godsdienst. het onderwijs, milieu en esthetiek van de omgeving. Daarnaast benoemt hij uitgebreid de totale overgave aan de commercie. De verdienertjes werden consumptieverslaafden volledig bedwelmd door de televisie, de treurbuis. Het streven naar gelijkwaardigheid tussen de zo geheten hoge en lage cultuur heeft er volgens Komrij vooral voor gezorgd dat het grofste entertainment heeft gezegevierd. De tijd van volksverheffing ligt duidelijk ver achter ons. Het streven naar geletterdheid als elitair beschouwd. Alles werd commercie. Alles moest makkelijk en behapbaar worden. Nadenken is elitair en dus verdacht. De idealist is verdwenen en heeft zichzelf dus te koop gezet onder het loze mantra "alles kan, niets moet".


Zo kijkt hij in het essay "Waarom zijn Nederlanders zo dol op homoseksuelen?" bedenkelijk naar het verschijnsel van de homoseksueel als nationaal knuffeldier, met zangers als Gerard Joling en Gordon als exponenten. Zelf ontdekte hij zijn geaardheid in een tijd dat homoseksualiteit voor de buitenwereld niet bestond.


IEDEREEN HEEFT ZIJN EIGEN seksuele scheppingsverhaal. Hoe begon het? Als je het groeiende leger hulpverleners moet geloven verliep het seksuele ontwaken van de meeste mensen gruwelijk. Vaders en ooms die je besprongen, pedofielen achter iedere struik.

Door het almaar groeien van het leger hulpverleners zit men om almaar meer hulpverlening verlegen.


Evenementen als de Gay Parade bekijkt hij met afschuw.


"Ze ontkennen het feit dat ze anders zijn zo hevig mogelijk door het zo hevig mogelijk te benadrukken. Politici en gezagdragers op de eerste rij."


De platte commercie en het goedkope entertainment gaan feilloos samen met het onstuitbare populisme dat we kennen in de samenleving van vandaag. De populist verdraagt geen spot, maar mag zelf wel spotten. Vrijheid van meningsuiting kan wanneer het hem past. Het samengaan van de commercie en de opkomst van het populisme komt doorheen zijn essays steeds weer terug. De populist vrijt de massa op enkel en alleen om er zelf beter van te worden. Het is een schijnvertoning.


‘Wat eens het gezonde volksgevoel was, het schervengericht van het gepeupel, heet nu de graadmeter van de democratie.’


In het essay "Morgen heten we allemaal Ali" hekelt hij eveneens dat de huidige politici de eigen normen en waarden in de uitverkoop zetten in naam van de multiculturele samenleving.


‘Niet dat de moslimfanaten ons aanvallen is het brandende probleem, maar dat we ons zo snel overgeven. Niet het sterke geloof van het mohammedaanse reveil is vraagstuk nummer één, maar het feit dat we daar alleen wat suffe ingrediënten tegenover weten te stellen. Geen geloof, geen cultuur, geen benul.’


Wie Komrij de stempel pessimist wou geven, kreeg volgend antwoord.


‘Een pessimist is iemand die het donkerder inziet dan het in werkelijkheid is. Ik zie het ook donker in, maar het is de werkelijkheid.’


Komrij biedt ook vreugde en troost. Naast de snijdende maatschappijkritiek gaat het natuurlijk ook over muziek, literatuur en poëzie, die meer kunnen dan troosten.


"Poëzie is niet alleen een aanjager van dromen, een bezweerder van angsten, een opwekker van doden, maar ook de meest betaalbare en meest gulle toverdokter."





 
 
 

Opmerkingen


bottom of page